Waarom we niet disbalanceren

Het is vrijdagmiddag. Ik sta te luisteren naar de voorzitter van zo’n professionele netwerkorganisatie, waarbij iedereen strak in pak en gewapend met een broekzak vol visitekaartjes zichzelf wil verkopen aan elkaar of aan ieders netwerk. Het verhaal van de voorzitter, dat zo’n 1,5 uur voortduurt is op zijn zachts gezegd middelmatig naar mijn idee.

Iedereen laat in de afsluitende rondvraag weten aan de voorzitter dat men het een waardevolle meeting vond. Ik niet. Ik negeer de vraag op een handige manier (speel het warrige blondje) en stel direct een wedervraag die gaat over de verdere invulling van volgende meetings.

De toekomst tegemoet, denk ik dan maar! Plus ik hoef op deze manier gelukkig geen roet in het eten te gooien van deze zelfverzekerde, ietwat brallerige en goedbetaalde voorzitter. Zeg nu zelf: wie wil er nu een negatieve sfeer creëren in een groep? De boeman zijn wil niemand. Leuk gevonden worden? Ja, dat willen we allemaal! Toch merk ik dat ik later die avond last krijg van mijn geweten. Als ik niet in staat ben mijn feedback te geven, hoe kan ik dan iets nieuws of beters ontvangen een volgende keer? Deze hypocriet in mij, jeukt me. Daar stond ik dan. In mijn gladgestreken pantalon, gewapend met een stapel visitekaartjes in mijn broekzak, te luisteren naar iemand die ik niet heel erg inspirerend vond. Oude wijn in nieuwe zakken hoorde ik.

Ik stond anderhalf uur te luisteren naar iemand die ik niet inspirerend vond. Ik herhaal: ik stond anderhalf uur te luisteren naar iemand die ik niet inspirerend vond! Ik had weg kunnen lopen. Ik had meer vragen kunnen stellen. Ik had mijn feedback kunnen geven, tactvol doch gemeend. Dat deed ik niet. Ik bleef in balans met mijn omgeving, in het gareel, in de maat, alle neuzen dezelfde kant op. Daardoor bleef het ‘leuk’, bleef het bij het oude. Ze vinden me nog steeds leuk daar, bij die netwerkclub. Dat dan weer wel.

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Boeiend
  • Lees 2154 keer
terug naar boven