Citotoetje

Vorige week werkten de kinderen van mijn groep 8 zich 3 ochtenden in het zweet. De avond voordat 166.000 kinderen door heel Nederland begonnen aan wat voorheen een gedrocht- van-een-instituut was zond NPO2 de documentaire ‘CitoStress’ uit. Hopelijk wordt deze (zeer aan te raden) verslaglegging van de voorbereiding, afname en consequenties van de Afrekentoets over een aantal jaar vooral gezien als een historisch drama. De eerste stappen naar verbetering van ons onderwijs zijn in ieder geval gezet. Nu de rest nog.

De documentaire schetst het beeld van twee scholen in Rotterdam. In de tijd dat de beelden geschoten werden was het nog zo dat de Citotoets in februari werd afgenomen en het cijfertje dat er uiteindelijk uit zou rollen vaak allesbepalend was voor het advies. Leraren moesten toentertijd soms van goeden huize komen om kinderen op een hoger niveau te krijgen dan dat het getalletje tussen de 500 en 550 aangaf. Sommige middelbare scholen koppelden zelfs hun verschillende brugklasniveaus direct aan een cijfermatige uitslag van die driedaagse momentopname. Te lage score? Jammer dan! Zo heb ik in het verleden wel eens ontzettend mijn best moeten doen om een school te overtuigen om een meisje toch op een MAVO/HAVO-brugklas te plaatsen, nadat ze haar Cito-toets totaal verknald had. In de grote steden bleken er zelfs scholen te zijn die leerlingen weigerden aan de poort op grond van 524 of 532.

In de reacties na de documentaire werd er veelal ingegaan op het vroegtijdige ‘eindexamen’ dat onze Nederlandse kinderen moesten afleggen. Er werd daarnaast ook een link gelegd naar een drietal andere ontwikkelingen binnen ons onderwijsstelsel die een progressieve, gestage ontwikkeling van niveau onmogelijk maken in onze kenniseconomie. Nadat kinderen namelijk in eerste instantie al een stevige duw in een bepaalde richting kregen na de Citotoets, zijn middelbare scholen steeds vaker genegen om kinderen al in het tweede schooljaar een bepaald niveau op te sturen. De brugklassen zijn nog op de dakpanwijze ingedeeld (de gehele range VMBO, of bijvoorbeeld een MAVO/HAVO of HAVO/VWO), om kinderen de kans te bieden te laten zien wat ze in huis hebben, daarna is het gedaan. Als tweede ontwikkeling werd genoemd dat het ‘stapelen’ van diploma’s steeds minder in trek is. Minder VMBO’ers gaan naar de HAVO, minder Havisten naar het VWO en ook in het MBO wordt er minder gestapeld. De derde zorgelijke ontwikkeling is de extreem duur geworden vervolgstudie in het Hoger Onderwijs. Veel laatbloeiers en kinderen van laagopgeleiden zouden hierdoor hun kansen missen om op een hoger niveau uit te komen. Oftewel, als je als dubbeltje geboren wordt…

De eerste ontwikkeling om dit tegen te gaan zit hem in het verzetten van de Cito-Eindtoets. De leerkrachten en basisscholen zijn voortaan bepalend in het advies, de toets wordt zo een toetje. Hoewel dit echt niet voor iedereen zaligmakend is, zien de meeste leraren toch vooral de kansen en mogelijkheden van hun kinderen in plaats van de belemmerende factoren. Als er nu ook nog wat gedaan kan gaan worden tegen de perverse financiële prikkel om afstroom - boete voor een school wanneer een kind met een HAVO-advies uiteindelijk toch naar het VMBO gaat - in het middelbaar onderwijs tegen te gaan, als het stapelen van diploma’s weer gestimuleerd gaat worden door scholen én door ouders, als de belachelijk hoge collegegelden voor vervolgstudies (en deeltijdstudies!) wordt tegengegaan, dan kiezen we pas écht voor ambitieus en hoogstaand onderwijs!

JAN 

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Onderwijs
  • Lees 1781 keer
terug naar boven