Slingers!

Toen ik mijn vriendin 11 jaar geleden leerde kennen waren we beide nog ruim bedeeld met ieder twee oma’s en een opa. Zij troffen elkaar twee keer per jaar, namelijk op onze beider verjaardagen. De zes generatiegenoten kropen dan altijd snel bij elkaar. Ze kletsten over hoe goed het vroeger was, over de gezondheid, over die-zus-van-de-broer-van-debuurman- van-de-melkboer-van-achter- de-kerk-die-altijd-daar-en-daarhad- gewerkt, over de kinderen, de kleinkinderen en de achterkleinkinderen. Toen 6 jaar geleden mijn laatst overgebleven opa stierf, liet hij Loes haar opa alleen met de dames. Een jaar later hield ook deze opa het voor gezien en bleef het vrouwengezelschap achter.

Op het moment dat Lot geboren werd kwam er een gelegenheid bij waarop de dames elkaar jaarlijks troffen. Het was altijd een logistieke planning om ze samen te brengen, want erg mobiel waren ze niet. De bovenkamer werkte daarentegen nog als een Zwitserse klok. ‘Beter zo, dan andersom’! Ik reed iedere verjaardag een rondje door Venray om de dames op te halen als een Uber-gedreven taxichauffeur. Zodra de laatste haar plaats had gevonden en ik geholpen had met de autogordel, staken de dames van wal: ‘Ik heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven...’.

Vorige week ontviel ons de eerste van de oma’s. Het was Lot haar eerste ervaring met de dood en dit is en blijft voor kleine kinderen een van de lastigste concepten om te doorgronden. Doodgaan is als eeuwig slapen. Maar wat is eeuwig voor een meisje dat totaal geen tijdsbesef heeft. En als ‘eeuwig’ niet te vatten is, dan blijft ‘slapen’ over. Maar waarom zou je dan nog het risico nemen om ooit te gaan slapen? Straks word je nooit meer wakker.

‘Papa, wij gaan toch nooit dood?’, zei Lot toen ze de dag na het overlijden ’s ochtends tegen me aan kroop. Oei. Hoewel ik er niet van ben om Lot alle kommer en kwel van de wereld voor te schotelen (ik zap zo nu en dan weg tijdens het 6uur journaal), ben ik ook niet van de sprookjes en mooipraterijtjes. Voor mij geen god, geen hemel, geen sterretjes-in-de-lucht of wat al niet meer. ‘Dood gaan we allemaal, lieve schat. Ooit! Hopelijk pas als we heel oud zijn. Daarom is het zo belangrijk om iedere dag plezier te maken, of zoals je opa’s altijd zeggen: ‘Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!’.

Op school ging ik daarna meteen op zoek naar prentenboekjes over de dood. Nijntje die oma Pluis verliest en Kikker die een dood vogeltje vindt. Wanneer Kikker, Haas, Varkentje en Eend het vogeltje hebben begraven, lopen ze diep onder de indruk terug naar huis:

Plotseling rende Kikker er vandoor. ‘Laten we tikkertje spelen’, riep hij. ‘Varkentje, jij bent hem!’. Ze speelden en lachten en hadden plezier tot de zon bijna onderging. ‘Is het leven niet prachtig!’, riep Kikker uit. Moe maar tevreden gingen ze naar huis. In de boom bij de heuvel zat een vogel. Hij zong een prachtig lied – zoals altijd.

Hoewel de vragen en bedenkingen de komende weken echt nog wel zullen gaan komen, keek Lot de afgelopen week haar ogen uit. Van het huilen tot het lachen, van de kist tot de kerk. Toen ze me aan het einde van de koffietafel ten dans vroeg zagen we samen de slingers alweer hangen en hoorden we de vogel een prachtig lied zingen. ‘Ik heb mijn wagen volgeladen…’. 

JAN

  • Beoordeel dit item
    (1 Stem)
  • Gepubliceerd in Onderwijs
  • Lees 2286 keer
terug naar boven