Raayland College

Het Raayland College in Venray is een school voor voortgezet onderwijs met ruim 2400 leerlingen op alle opleidingsniveaus. De school maakt een boeiende ontwikkeling door.
De komende maanden vinden enkele organisatorische veranderingen plaats die passen bij de onderwijsvisie van de school. Deze visie blijft zich voortdurend ontwikkelen in samenspraak met ouders, leerlingen en de maatschappelijke omgeving. Het uitgangspunt is echter altijd hetzelfde: het onderwijs zó vormgeven dat leerlingen het beste uit zichzelf halen. Daarnaast neemt het Raayland College volgende week afscheid van twee directeuren die met pensioen gaan en verwelkomt de school twee nieuwe directeuren.

Een plek voor iedereen, maatwerk voor iedereen 

Zelf stonden ze al jaren niet meer voor de klas. Toch hielden Loek de Veen en Ad Molenaars als directeuren van het Raayland College altijd één ding voor ogen: het belang van de leerling. Een afscheidsinterview.

De leerling voorop. Dat is het devies van Loek de Veen, sinds 2005 voorzitter van de centrale directie van het Raayland College. Hij geeft een voorbeeld. ‘Een tijd geleden besloten we ons techniekonderwijs anders in te richten. Want wat we onze leerlingen aanboden, sloot onvoldoende aan bij de maatschappij. Niet iedereen die een vak leert, wordt timmerman of elektricien. En op een intensive care gebeurt veel meer dan verplegen en verzorgen.
Nu maken onze leerlingen kennis met alle aspecten van techniek.’

loek en ad raayland

Trots
Waar zijn ze het meest trots op, de directeuren die op 1 mei afscheid nemen? ‘Ik ben er trots op dat er voor alle leerlingen een plek is op het Raayland College én dat onze medewerkers zich hier thuis voelen,’ antwoordt Loek de Veen. ‘Of je nu praktijkonderwijs volgt of een hoogbegaafde gymnasiast bent, het Raayland heeft voor jou het onderwijs dat bij je past, ongeacht je kwaliteiten en je bijzonderheden.’ Ad Molenaars, directielid sinds 2009, zegt:
‘Ik ben trots op de beweging die we hebben ingezet richting onderwijs dat meer op het individu gericht is.’ Alléén maar klassikaal onderwijs heeft zijn langste tijd gehad, stelt hij. ‘Wanneer je een klas vol leerlingen allemaal in dezelfde les dezelfde lesstof aanbiedt en dezelfde toets afneemt, speel je niet in op de individuele behoefte. Dan kost het je als leerling veel energie om bij de les te blijven en moet je als docent alle zeilen bijzetten om iedereen bij de les te houden. Speel je in op wat een leerling nodig heeft, dan ontstaat een veel natuurlijker manier van doceren en van leren.’

Gezamenlijk overleg
Tot slot. Wat wensen de mannen die jarenlang mede leiding gaven aan het Raayland College hun school toe voor de toekomst? Loek de Veen: ‘Dat de kwaliteit van het onderwijs niet alleen wordt bepaald aan de hand van kale cijfers, maar vooral op basis van de ontwikkeling die kinderen hier doormaken. En ten tweede dat veranderingen op school tot stand komen op basis van gezamenlijk overleg tussen de school, leerlingen en ouders. Zo hoort het, dat is de toekomst.’ De wens van Ad Molenaars sluit daarbij naadloos aan: ‘Ik hoop dat het Raayland College een schoolvoorbeeld wordt van onderwijs op maat. En dat het gesprek met de leerling daarvoor de basis vormt, aangevuld met gesprekken met de ouders.’

Er gebeuren veel mooie dingen

karen en cisca raayland

Het plaatje van een klas in een school is al eeuwen hetzelfde. Leerlingen zitten aan een tafeltje. De docent staat voor de klas en draagt kennis over. Dat beeld gaat volgens de twee nieuwe directeuren van het Raayland College de komende jaren echt veranderen.

Karen Schalkwijk en Cisca Zweers vormen samen de nieuwe directie van het Raayland College. Zij hebben er duidelijk zin in om de koers, die in de afgelopen periode is ingezet, de komende jaren verder vorm te geven. Karen Schalkwijk: ‘De arbeidsmarkt vraagt om anders opgeleide werknemers. We moeten kennis vooral kunnen toepassen en oplossingsgericht denken.
Ook weten we steeds meer over ons brein, over verschillende leerstijlen. Dan kan het niet anders dan dat je het onderwijs gaat afstemmen op wat de leerling nodig heeft.
Meer maatwerk dus.’

Geen weg terug
Vanaf het moment dat aan ouders en leerlingen werd gevraagd wat zij onder maatwerk verstaan, was er volgens de directeuren geen weg meer terug. ‘En nu docenten en teamleiders zelf in de praktijk onderzoeken hoe we maatwerk het beste vorm kunnen geven, al helemaal niet. Het is duidelijk dat dit geen project is dat weer wegebt. Daarvoor gebeuren er al te veel mooie dingen.’ Een van die mooie dingen is de keuze van de school om de organisatie letterlijk rondom de leerlingen in te richten. Cisca Zweers: ‘Zo krijgt een mentor geen 30, maar slechts 15 leerlingen onder zijn of haar hoede. Dat maakt het een stuk makkelijker om het contact met de leerlingen én de ouders te verstevigen; de eerste voorwaarde om maatwerk te kunnen bieden.’ ‘De mentor, maar ook de vakdocent, moet de leerling en zijn of haar behoeften dus beter leren kennen’, licht Karen Schalkwijk toe. ‘Dat is een uitdaging die we met z’n allen aangaan.’

Proeftuinen
Hoe de leerstof meer op maat kan worden aangeboden, onderzoeken docenten en teamleiders samen met leerlingen en soms met ouders in proeftuinen. Karen Schalkwijk: ‘Maatwerk is geen nieuw begrip binnen onze school, maar we hebben dat tot nu toe vooral in groepen vorm gegeven; een groep voor vwo plus, voor Cambridge Engels, talentklassen en ga zo maar door. Nu kijken we meer op individueel niveau. Hoe kunnen we een leerling laten verbreden, verdiepen, versnellen of versterken? Dat kan bijvoorbeeld door maatwerkuren in te roosteren, die hiervoor ruimte bieden. Dit soort veranderingen kunnen we op kleine schaal komend schooljaar al doorvoeren. Maar om maatwerk écht vorm te geven, moeten we een andere organisatievorm kiezen. Welke dat wordt, weten we nog niet. Dat gaan we verder onderzoeken.’

karen schalkwijk cisca zweers

Zelf kiezen wat je extra nodig hebt

Alle 146 leerlingen van havo 4 van het Raayland College deden dit schooljaar 8 weken lang mee aan de proeftuin Engels maatwerk. Eén van de vier lesuren Engels kregen ze extra ondersteuning op dat onderdeel van het vak waar ze minder goed in waren.
‘Maatwerk betekent dat leerlingen kunnen kiezen wat voor hen belangrijk is.
Persoonlijke ontwikkeling staat in de huidige maatschappij nou eenmaal centraal.
Dat moet je op school al leren.’

Aan het woord zijn Jeroen Reutelingsperger en Mirjam Op ’t Veld. De docenten Engels vertellen enthousiast over de proeftuin. ‘Er zitten veel verschillen tussen leerlingen. Om in een klas met 25 leerlingen elke leerling individuele aandacht te geven is echter erg moeilijk. Toch wil je als docent eruit halen wat erin zit en leerlingen helpen die ergens moeite mee hebben.
Zeker leerlingen die vlak voor hun eindexamen zitten en voor een kernvak als Engels goed moeten scoren.’ In de proeftuin zijn de docenten Engels daarom gaan onderzoeken wat mogelijk is. ‘Zo zijn we op het idee gekomen om één van de lesuren Engels voor alle havo 4-leerlingen tegelijk in te plannen en tijdens dat uur modules voor de verschillende vaardigheden aan te bieden. Een mooie manier om lesstof meer op maat aan te bieden in kleinere groepen.’

instaptoetsInstaptoets
De leerlingen konden kiezen uit: leesvaardigheid, luisteren/ spreken en schrijven/ grammatica.
Jeroen Reutelingsperger: ‘Daarbij keken we natuurlijk naar de cijfers van de leerlingen, maar ze hebben ook een instaptoets gemaakt en we hebben met de leerlingen besproken welke module het meest geschikt voor hen was. Ongeveer een kwart van de leerlingen had overigens helemaal geen extra ondersteuning nodig. Deze leerlingen kunnen het maatwerkuur aan een ander vak besteden waar ze wel moeite mee hebben of zich juist verder in willen verdiepen omdat ze dat leuk vinden.’

Extra aandacht
Havo 4-leerling Maureen van Oorschot volgde de module leesvaardigheid. En met succes. ‘Voor mijn laatste leestoets haalde ik een 8. Ik weet nu beter hoe ik met de teksten om moet gaan doordat ik meer heb geoefend en door de extra aandacht van de leraar.’
Niet alle leerlingen scoorden net als Maureen een 8, toch lijkt de proef wel succesvol te zijn. ‘Echt uitgebreid hebben we nog niet geëvalueerd, maar in gesprekken geven leerlingen aan dat ze de keuzemodules prettig vonden’, licht Mirjam Op ’t Veld toe. ‘Wat ons betreft breiden we deze aanpak uit naar alle vakken. Dan kunnen de leerlingen nog breder kiezen uit modules.’
‘Het voordeel is dat het binnen de verplichte uren valt’, vult Maureen nog aan. Je kunt hier ook naar bijspijkerlessen, maar die zijn na schooltijd. Dat doe je natuurlijk niet zo snel.’

Leren van proeftuin ouderbetrokkenheidproeftuin

‘Korte lijnen tussen ouders, school en leerling zijn belangrijk in deze moderne tijd waarin iedereen erg druk is en de wereld snel verandert. En het feit dat leerlingen weten dat ouders en school contact hebben, wekt het vertrouwen in de hand. Kinderen zullen opener en eerlijker zijn.’ Aan het woord is Robert Manders, vader van een gymnasium 3 leerling op het Raayland College.

Om de onderlinge betrokkenheid tussen school, ouders en leerlingen te vergroten, startte dit jaar in leerjaar 3 van het vwo de proeftuin ouder-betrokkenheid. Deze proeftuin bestaat uit vier concrete activiteiten: het startgesprek, de kennismakingsavond, de klankbordgroep en leerlingbesprekingen. Robert Manders vindt het erg positief dat de school hier werk van maakt. ‘Een startgesprek aan het begin van een schooljaar is een goed initiatief. Ik heb het gesprek met de mentor erg op prijs gesteld. Het is een goede manier om de leerling beter te leren kennen en afspraken te maken over de manier waarop je de rest van het schooljaar met elkaar in contact blijft.’ Het startgesprek vormt tevens de basis voor de leerlingbesprekingen, die daardoor niet alleen over de rapportcijfers gaan, maar ook veel meer over de persoonlijke ontwikkeling van de leerling. ‘Wel vind ik het belangrijk dat de ouders en leerlingen van te voren weten wat de bedoeling van het startgesprek is. Nu werd vooral mijn dochter een beetje overvallen door persoonlijke vragen die ze niet had verwacht. Dat maakt zo’n gesprek dan een beetje ongemakkelijk’, aldus Robert Manders.

Pubers
Datzelfde geldt volgens de vader voor de kennismakingsavond aan het begin van het schooljaar. Leerlingen moesten hun ouders rondleiden langs klaslokalen met lesmaterialen en vakdocenten. ‘Erg leuk om als ouder kennis te maken met de vakdocenten en door je eigen kind te worden rondgeleid. Maar de kinderen wisten er naar mijn gevoel niet goed raad mee of vonden het een beetje stom. Het zijn pubers, die krijg je voor zoiets niet zomaar enthousiast.’

Autoriteitouderbetrokkenheid
Zijn ervaringen met het startgesprek en de kennismakingsavond deelde Robert Manders, samen met andere ouders, met de mentoren en vakdocenten tijdens de klankbordgroep. ‘Persoonlijk vond ik het fijn om mijn ervaringen te spiegelen aan die van andere ouders. We hebben interessante zaken met elkaar gedeeld. Het is goed dat de school zich op die manier opstelt en het gesprek aan gaat met ouders. Ik denk alleen dat er grenzen aan ouderbetrokkenheid zitten. Iedere ouder heeft een andere mening. Daar kom je nooit uit.
De school moet zelf ook een bepaalde visie en autoriteit uitstralen. Zij moeten het beleid maken.’

  • Beoordeel dit item
    (1 Stem)
  • Gepubliceerd in Onderwijs
  • Lees 2668 keer
terug naar boven