‘Ik vind het belangrijk dat er ook mensen zijn die vluchtelingen wél welkom heten’ In gesprek met een vrijwilligster op het azc

Amper een maand geleden kopte de Volkskrant: ‘Voor elke asielzoeker meldt zich een vrijwilliger aan’. De negatieve sentimenten jegens vluchtelingen, onder andere terug te zien in weerstand tegen asielzoekerscentra, hebben de massale toeloop van vrijwilligers niet negatief beïnvloed. Inmiddels zetten meer dan 47 duizend Nederlandse vrijwilligers zich vol hartstocht in voor vluchtelingen. Een van die vrijwilligers is de 62-jarige Allies Ligtvoet uit Overloon. Met haar ging ik in gesprek over haar werk als vrijwilligster binnen een azc.

Allies haar fascinatie om met vluchtelingen te willen werken ontstond al in haar jeugd. Dit startte in de jaren 70. In die jaren verbleven er veel gastarbeiders in Nederland, bestaande uit vooral Turkse en Marokkaanse mannen. Bij veel Nederlanders ontstond er een beeld dat je als vrouw op straat niet meer veilig was, zo ook bij Allies. ‘Ik liep in Breda op straat en achter mij liepen drie gastarbeiders. Deze mannen deden niets maar toch voelde ik me onbehaaglijk. Ik dacht dadelijk doen ze me wat aan.’ Enige tijd later besloot Allies bij een groot warenhuis op zoek te gaan naar goedkope aanbiedingen. Omdat ze al enkele producten bij zich had die ze wilde afrekenen, hield ze haar portemonnee alvast in haar hand. Bij het doorzoeken van het laatste rek met aanbiedingen verloor Allies haar portemonnee. Toen ze zich ook nog eens realiseerde dat tegenover haar een Turkse man stond, dacht ze de terugkomst van haar portemonnee wel op haar buik te kunnen schrijven. Uiteindelijk bleek niets minder waar. ‘Die man is ook tussen de aanbiedingen aan het zoeken en stuit plots op mijn portemonnee. Hij pakt de portemonnee op en strekt zijn arm naar mij uit. Hij kon natuurlijk geen Nederlands maar dit was het moment waar bij mij de knop omging.’ Allies realiseerde dat haar beeld jegens buitenlanders totaal niet op zijn plaats was. Ze besloot toentertijd dat ze anders tegen hen aan moest gaan kijken. In die periode is Allies begonnen met het geven van Nederlandse les bij Turkse vrouwen thuis. Iets wat zij als een boeiende en leerzame periode heeft ervaren. Uiteindelijk vond Allies betaald werk en heeft ze jaren Nederlands voor Anderstaligen onderwezen op diverse roc’s gedurende de asielperiode 30 jaar geleden.

Allies werkt al enkele maanden als vrijwilligster in het Open Leercentrum op het azc in Overloon. Hier helpt zij vluchtelingen bij alles waar een computer voor nodig is. ‘Ik help mensen bij het aanvragen van hun DigiD, een bankrekening, een NS-abonnement, boetes bij de NS en het aanvragen van diplomawaardering: alles wat wij digitaal plegen te regelen en wat voor hen vaak onnavolgbaar is door de taalbarrière.’ Daarnaast heeft Allies regelmatig een conversatiegroepje van twee personen. Niet bedoeld als les maar als gelegenheid om Nederlands in de praktijk te brengen. Zo praat ze er bijvoorbeeld met vluchtelingen over hoe kerst in hun geboorteland wordt gevierd. Allies realiseert zich dat zaken die wij Nederlanders als eenvoudig ervaren, voor asielzoekers enorm lastig kunnen zijn. ‘Sommige vluchtelingen snappen de strekking van bepaalde brieven niet. Ook vergeten ze vaak hun wachtwoord. Dan kan het zo zijn dat je vijf keer opnieuw een DigiD moet aanvragen. Voor deze personen heb ik een wat groter schrift meegenomen waar zij alles duidelijk in op kunnen schrijven. Een week later zag ik een van deze personen bij mijn collega met dát schriftje. Toen dacht ik Yes! Het heeft gewerkt!’

Het werken met vluchtelingen ervaart Allies als zeer positief. Ze geeft aan dat ze in al die jaren dat ze op roc’s met vluchtelingen werkte nog nooit negatieve ervaringen heeft gehad. Ook op het azc in Overloon, waar ze nu al enkele maanden werkzaam is, is ze nog steeds even enthousiast als toen ze begon. ‘Ik kan er gewoon heel erg van genieten. Laatst vroeg mijn man hoe laat ik thuis zou zijn. Ik zei dat ik rond half 11 wel thuis zou zijn. Uiteindelijk was ik pas om kwart over 12 thuis. Dan vertel ik hem dat het allemaal wat uitliep en dat het zo leuk was.’ Allies merkt aan asielzoekers dat zij het erg waarderen wat vrijwilligers voor hen doen. Veel vluchtelingen zien hen dan ook als helden, een term die ook door Stichting Vluchtelingenwerk wordt gebruikt bij de werving van vrijwilligers. Allies kan zich echter niet vinden in deze woordkeus. ‘Ik voel mij geen held als ik voor vluchtelingen werk. De asielzoekers vinden het zo ontzettend geweldig dat jij hen helpt, ze dragen je echt op handen. Zij zien jou echt als een held maar zo zou ik mezelf niet typeren, zeker niet gezien mijn geringe wekelijkse inzet.’ Daarentegen begrijpt Allies dat iedere vrijwilliger permanent een portofoon bij zich moet dragen. De kans dat een asielzoeker explodeert is, mede door hetgeen zij hebben meegemaakt, aanwezig.

Allies is zich ervan bewust dat niet iedereen een positief beeld heeft van vluchtelingen, iets wat in veel Nederlandse steden ontaardde in hevige protesten tegen de komst van asielzoekerscentra. Recentelijk leidde de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum in het Gelderse Geldermalsen tot een treffen tussen politie en tegenstanders. ‘Ik vind dat heel erg zonde, triest en beschamend. Eigenlijk had ik de NPO (Nederlandse Publieke Omroep) een mail willen sturen om te vragen of ze eens in Overloon langs willen komen. Er mag ook wel eens een positief verhaal de wereld ingestuurd worden. Ik vind het belangrijk dat er ook mensen zijn die vluchtelingen wél welkom heten.’

Het COA (Centraal orgaan opvang asielzoekers) laat in een reactie weten trots te zijn op vrijwilligers als Allies. ‘Zij zetten zich belangeloos in voor onze bewoners. Hun inzet is voor ons en onze bewoners onmisbaar.’

Bas Dammers 

  • Beoordeel dit item
    (1 Stem)
  • Gepubliceerd in Actueel
  • Lees 766 keer
terug naar boven